Nieuws

Blijf op Verhoogd eigenwoningforfait van 2,35 % niet in strijd met EVRMde hoogte en laat je inspireren

Wie een eigen woning heeft, moet inkomstenbelasting betalen over het zogenaamde eigenwoningforfait. Dit forfait bedraagt 0,35% van de WOZ-waarde van de woning, voor zover deze ligt tussen € 75.000 en de zogenoemde villagrens (€ 1.350.000 in 2026). Is de WOZ-waarde hoger dan de villagrens, dan geldt voor het meerdere een forfait van 2,35%. De verhoging van het forfait (2,35% i.p.v. 0,35%) leidt tot hogere belasting, die wordt aangeduid met de term ‘villatax’. De vraag die de rechter moet beantwoorden, is of deze belasting een ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht maakt.

Twee fiscale partners bezitten een woning met een WOZ-waarde van bijna € 1,7 miljoen. Zij stellen dat dit verhoogde forfait in strijd is met het eigendomsrecht en het discriminatieverbod uit het EVRM. De regeling heft immers over inkomen dat niet daadwerkelijk wordt genoten. Bovendien miskent zij het afnemende grensnut bij duurdere woningen. Zij verwijzen naar het Kerstarrest en de arresten over box 3 en betogen dat de redelijke verhouding tussen doel en middel zoek is. Volgt de rechtbank dit betoog?

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt dat het verhoogde eigenwoningforfait niet in strijd is met het EVRM. Het heffen van belasting is weliswaar een inmenging in het eigendomsrecht, maar deze is gerechtvaardigd als zij een legitiem doel dient en een fair balance respecteert. De wetgever heeft bewust gekozen voor een hoger percentage bij duurdere woningen. De gedachte is dat bij woningen boven een bepaalde waarde het beleggingsaspect een verhoudingsgewijs grotere rol speelt dan het bestedingsaspect. De wetgever heeft daarmee een verschil gemaakt tussen eigenaren met een woning onder of boven het grensbedrag. Deze keuze valt binnen de ruime beoordelingsmarge die de wetgever toekomt. De rechtbank acht daarbij van belang dat het tarief van 2,35% alleen geldt voor het deel van de waarde boven de villagrens. Dat de wetgever ook budgettaire overwegingen heeft meegewogen, maakt dit niet anders. Ook de omstandigheid dat wordt geheven over niet-gerealiseerd inkomen leidt niet tot strijdigheid met het EVRM.

Bron: Rechtbank Den Haag | jurisprudentie | ECLI:NL:RBDHA:2026:523 en ECLI:NL:RBDHA:2026:569 | 04-01-2026
Deel dit bericht

Andere nieuwsberichten

Vergoeding voor ERE-certificaten is geen loon
Vanaf 2026 kunnen particulieren met een elektrische auto onder
Lees meer
Loonbetaling aan werknemer onder bewind
Een werkgever betaalt het salaris rechtstreeks aan een werknemer.
Lees meer
Rentetoerekening aan oudste schuldigerkenning voorkomt fictieve verkrijging
Een man schenkt zijn zoon tweemaal € 100.000 via
Lees meer
Terugbetaling van kapitaal moet vooraf zijn geregeld, niet achteraf
In 2019 laat een directeur-grootaandeelhouder zijn
Lees meer
Wie een vordering afwaardeert, moet eerst bewijzen dat die bestaat
Een afwaardering van een vordering begint niet bij de vraag of de
Lees meer
Zonder aangekruist verzoek geen doorschuiving van de verkrijgingsprijs
Een dga overlijdt in 2018 en zijn weduwe verkrijgt alle aandelen
Lees meer