Nieuws

Blijf op Afwaardering pand naar verkoopprijs: niet te vroeg en niet te laatde hoogte en laat je inspireren

Verliezen mogen pas worden genomen wanneer de feiten zich voordoen. Voorzichtigheid is mooi, maar de Belastingdienst rekent af op basis van wat je op de balansdatum weet. Niet op basis van wat je later blijkt te weten. 

Wellnesscentrum gaat failliet

Een holding bezit via een dochtervennootschap een bedrijfspand waarin een wellnesscentrum wordt geëxploiteerd. Het pand staat op de balans voor bijna € 4 miljoen. In 2019 gaat het wellnesscentrum failliet, waarna de dochter het pand voor € 2,9 miljoen verkoopt. Vlak voor de levering in 2020 wordt de prijs verder verlaagd naar € 2,5 miljoen, aangezien de koper had ontdekt dat de ontwikkelingsmogelijkheden tegenvielen.

Kan het verlies naar voren worden gehaald?

De holding wil het verlies niet in 2020 nemen, maar in 2018. Toen was reeds duidelijk dat het slecht ging met het wellnesscentrum en dat het pand ver onder de boekwaarde zou worden verkocht. De inspecteur weigert dit. De dochter die het pand bezit, bestaat nog steeds. Er is geen reden om af te waarderen naar een soort opheffingswaarde. Het feit dat het faillissement van de huurder in zicht was, is onvoldoende.

Foutenleer biedt geen uitweg

De holding probeert het ook via een andere route. Zij stelt dat in eerdere jaren te weinig is afgeschreven en dat dit nu moet worden ingehaald. De rechtbank acht dit niet overtuigend en oordeelt dat de holding niet aannemelijk heeft gemaakt dat er fouten zijn gemaakt. Een wat voorzichtiger afschrijvingsbeleid is geen fout die later mag worden gecorrigeerd.

En 2019 dan?

Voor 2019 wil de holding afwaarderen naar € 2,5 miljoen: de prijs waarvoor het pand uiteindelijk is verkocht. De inspecteur accepteert alleen afwaardering naar € 2,9 miljoen: de prijs in het koopcontract van 2019. De reden hiervoor is dat de verdere prijsverlaging pas in 2020 kwam. De rechtbank volgt de inspecteur. Op 31 december 2019 bestond er nog geen reden om aan te nemen dat de prijs zou dalen. Die wetenschap kwam pas later.

Toch gedeeltelijk gelijk

Helemaal met lege handen staat de holding niet. De inspecteur bleek bij de aanslag 2019 te zijn uitgegaan van een te hoge boekwaarde. Na correctie resteert een verlies van ruim € 1 miljoen. De aanslag wordt verminderd tot nihil.

Bron: Rechtbank Gelderland | jurisprudentie | ECLI:NL:RBGEL:2026:2055 | 12-03-2026
Deel dit bericht

Andere nieuwsberichten

Aftrek geweigerd omdat huurovereenkomst niet aan eisen voldoet
Een ondernemer huurt sinds 2016 een aantal bedrijfsruimtes in een
Lees meer
Turboliquidatie biedt geen bescherming tegen navordering ab-heffing
Een vrouw houdt 20% van de certificaten in een holding. De
Lees meer
Vestiging tweede hypotheek is aanleiding voor aansprakelijkheid voor belastingschuld
Een holding en haar dga worden aansprakelijk gesteld voor een
Lees meer
Ook na verliesverrekening kan de verdeling niet worden aangepast
Een man en een vrouw zijn fiscale partners van elkaar. De
Lees meer
Personal training dga en de arbovrijstelling
Een bv krijgt een naheffingsaanslag loonheffingen met
Lees meer
Blind investeren in handelsbot kost ondernemer aftrek
Een ondernemer investeert ruim € 60.000 in een handelsbot
Lees meer