Nieuws

Blijf op Gerechtshof: Uber chauffeurs zijn niet altijd werknemerde hoogte en laat je inspireren

Het gerechtshof Amsterdam wijst de vorderingen van FNV dat alle chauffeurs of groepen van chauffeurs van Uber werknemer zijn af. Het hof oordeelt dat de zes chauffeurs die in hoger beroep aan de zijde van Uber mee procedeerden, zelfstandig ondernemer en geen werknemer zijn. Factoren die hierbij onder meer van belang zijn: de hoogte van de investeringen die de chauffeurs deden (zoals voor hun auto), de vrijheid in het kiezen van de tijdstippen waarop ze werken, de strategie bij het wel of niet accepteren van ritten en de daarbij behorende verdiensten, en het risico op aansprakelijkheid en arbeidsongeschiktheid. Het hof overweegt verder dat het wel mogelijk is dat individuele chauffeurs van Uber werken op basis van een arbeidsovereenkomst. In deze procedure heeft het hof dat niet voor individuele chauffeurs of groepen van chauffeurs kunnen vaststellen.

De rechtbank besliste eerder dat alle Uber-chauffeurs werknemers zijn. Daarop ging Uber in hoger beroep. In het hoger beroep stelde het gerechtshof prejudiciële vragen aan de Hoge Raad. Die hadden betrekking op de betekenis van ondernemerschap bij de kwalificatie van een arbeidsrelatie en op de procedure om die kwalificatie voor een groep werkenden vast te stellen. De Hoge Raad antwoordde dat hij in zijn Deliveroo-arrest geen rangorde heeft willen aanbrengen in de daarin genoemde relevante omstandigheden, dat dat ook geldt voor ondernemerschap, en dat het zich kan voordoen dat de arbeidsrelatie van de ene werkende anders te kwalificeren valt dan ten aanzien van andere werkenden die dezelfde werkzaamheden verrichten. Volgens de Hoge Raad kan de rechter geen algemeen oordeel over de kwalificatie geven indien de individuele omstandigheden van de (groepen) werkenden daarvoor te veel uiteenlopen. Voor zover er wel een oordeel kan worden gegeven voor bepaalde (groepen) werkenden, kan de rechter dit in de beslissing van de uitspraak tot uitdrukking brengen.

Bron: Gerechtshof Amsterdam | jurisprudentie | ECLI:NL:GHAMS:2026:163 | 26-01-2026
Deel dit bericht

Andere nieuwsberichten

Boete vervalt door strafrechtelijke vrijspraak, navordering niet
Een recyclingbedrijf betaalt in 2017 ruim € 1 miljoen aan
Lees meer
Poolse klusjesman heeft vaste inrichting in Nederland
Een Poolse ondernemer exploiteert een klusbedrijf en verricht
Lees meer
Rechtbank adviseert klacht tegen UWV wegens te lage loonheffing
Een man ontvangt een aanzienlijke nabetaling van het UWV. De
Lees meer
Navordering na geautomatiseerde aanslag terecht
Een vrouw woont in 2019 en 2020 in Italië en ontvangt in die
Lees meer
Voorraad herwaarderen via kapitaalrekening leidt tot winstcorrectie
Twee vennoten handelen via een vof in Amerikaanse
Lees meer
Overgenomen schuld telt mee voor ab-heffing
Een dga verkoopt zijn aandelen voor € 5.000. De koper neemt
Lees meer