De belangrijkste maatregelen voor uw onderneming:

In de eerste editie van Spraakmakend Neder-Betuwe bespreken wethouder Stefan van Someren en Maaike van Brenk-Bax, accountmanager bedrijven van de Gemeente Neder-Betuwe samen met Evert Tijssen, eigenaar van Tijssen Accountants, het maatregelenpakket van de overheid. Bekijk via de button hieronder de gehele video.

Samen met de gemeente Neder-Betuwe heeft de Ondernemersvereniging Neder-Betuwe de videorubriek Spraakmakend Neder-Betuwe in het leven geroepen om ondernemers en hun problematiek in beeld te brengen. Ondernemers en ervaringsdeskundigen uit de verschillende branches schuiven virtueel aan tafel en delen hun zorgen. In deze aflevering geeft Evert Tijssen zijn visie omtrent de coronamaatregelen.

 

Het Coronavirus houdt de gemoederen flink bezig. Een epidemie van deze omvang kan uw bedrijf serieuze problemen bezorgen. De overheid heeft verschillende steunmaatregelen getroffen om u door de Coronacrisis heen te helpen. Inmiddels is er meer bekend over de ins en outs van diverse steunmaatregelen en over andere zaken. Hieronder 'praten' wij u bij over de laatste stand van zaken

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW 1.0)

Het doel van de ‘Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid’ (NOW) is  het voor werkgevers met een terugval in de omzet van ten minste 20% mogelijk te maken zoveel mogelijk werknemers in dienst te houden. U kunt op grond van de NOW een subsidie ontvangen met als doel het tegemoetkomen in de betaling van uw loonkosten. De NOW is aangepast waardoor meer bedrijven er voor in aanmerking komen.

Let op! U kunt de NOW voor de periode maart tot en met mei nog tot en met 5 juni 2020 aanvragen.

Seizoensbedrijven
Om seizoensbedrijven en hun werknemers verder tegemoet te komen, is de NOW voor het eerste subsidietijdvak maart tot en met mei aangepast. De aanpassing is een extra compensatie voor werkgevers die vanwege een seizoenspatroon of andere redenen een te lage, niet-representatieve loonsom in januari hadden ten opzichte van de subsidieperiode maart tot en met mei. U hoeft dit niet aan te vragen, omdat de aanpassing automatisch bij de subsidievaststelling wordt toegepast als dit voordelig voor u uitpakt.

Als de loonsom van maart tot en met mei hoger is dan de loonsom van driemaal januari wordt de loonsom van maart tot en met mei als uitgangspunt genomen voor de berekening van de subsidiehoogte bij de definitieve vaststelling. De loonsommen van april en mei worden gemaximeerd op de loonsom van maart (peildatum 15 mei). Hiermee gaat uw totale subsidiebedrag omhoog.

Geen loonsom in januari 2020
Als u in januari 2020 en november 2019 geen loon betaalde (0-loonsom) maar wel in maart t/m mei 2020, komt u mogelijk alsnog voor de NOW in aanmerking. Als u eerder een afwijzende beschikking heeft ontvangen, zal het UWV contact met u opnemen.

Deze methode van loonsombepaling wordt ook toegepast als u een onderneming heeft overgenomen en daardoor in januari geen representatieve loonsom heeft. Ook dan wordt de loonsom van maart als refertemaand gehanteerd, mits die loonsom in de periode maart t/m mei 2020 hoger is dan driemaal de loonsom van januari.

Startende onderneming of bedrijf overgenomen?
Bestond uw onderneming nog niet op 1 januari 2019 of heeft u een bedrijf overgenomen? Dan wordt de referentieperiode voor de omzet berekend door de hele kalendermaanden vanaf de eerste kalendermaand na de dag van aanvang van de bedrijfsuitoefening in 2019 tot en met februari 2020 om te rekenen naar 3 maanden. Om gebruik te kunnen maken van de regeling voor startende bedrijven moet u uw bedrijf overigens zijn gestart voor februari 2020, omdat er anders geen relevante refertemaand voor de omzet beschikbaar is.

Dertiende maand
Als u in januari 2020 een dertiende maand heeft betaald, kan dat betekenen dat uw loonsom over januari tot en met maart lager is. Hierdoor wordt de subsidie lager vastgesteld. Het UWV zal de extra periode salarissen, zoals een dertiende maand, uit de loonsommen halen.

Eerst bij definitieve vaststelling
De aanpassingen leiden alleen tot een hogere compensatie bij de definitieve subsidievaststelling. Uw voorschot wordt dus niet aangepast. De aanvullende tegemoetkoming zal na afloop van de subsidieperiode, maar niet eerder dan september, tot een uitbetaling leiden.

De definitieve vaststelling van de eerste subsidieperiode (maart, april, mei 2020) kan overigens worden aangevraagd vanaf 7 september 2020.

Accountantsverklaring
Een accountantsverklaring is verplicht gesteld voor bedrijven die een voorschot (80% van het verleende subsidiebedrag) hebben ontvangen van € 100.000 of meer. Ook bij een definitieve subsidie van meer dan € 125.000 is een accountantsverklaring vereist.

Daarnaast zal – als geen accountantsverklaring overlegd hoeft te worden – bij het verzoek om de definitieve vaststelling van een subsidie met een voorschot boven de € 20.000 of een vaststellingsbedrag boven de € 25.000, een verklaring van een derde overlegd moeten worden die de omzetdaling bevestigt. Dit kan bijvoorbeeld een administratiekantoor, financieel dienstverlener of een brancheorganisatie zijn.

Meer informatie?
Wij helpen u graag bij de aanvraag voor de NOW en de aanvraag voor de definitieve vaststelling. Wij kunnen bijvoorbeeld het omzetverlies berekenen en de loonsom vaststellen.

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW 2.0)

Het kabinet heeft besloten om de ‘Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van Werkgelegenheid’ (NOW) met vier maanden te verlengen (hierna NOW 2.0). Daarbij gelden wel enkele nieuwe voorwaarden. Het doel van de NOW is om het voor werkgevers met een terugval in de omzet van ten minste 20% mogelijk te maken zoveel mogelijk werknemers in dienst te houden. U kunt op grond van de NOW een subsidie ontvangen met als doel het tegemoetkomen in de betaling van uw loonkosten.

Gevolgen voor u
Aanvragen voor de NOW 2.0 staan open voor zowel werkgevers die al een aanvraag voor het eerste tijdvak hebben gedaan, als voor werkgevers die voor het eerst een beroep doen op de NOW. U kunt de NOW 2.0 vanaf 6 juli 2020 aanvragen voor de loonkosten over de periode juni tot en met september, mits u tenminste 20% omzetverlies verwacht. De subsidie bedraagt maximaal 90% van de loonsom, gerelateerd aan het omzetverlies. U ontvangt hierover een voorschot van 80%.

Omzetdaling en loonsom

In de NOW spelen twee begrippen een cruciale rol: de omzet en de loonsom.

Hoe groter de omzetdaling, hoe hoger de NOW voor u is. Om de hoogte van het omzetverlies te bepalen, wordt eerst uw totale omzet uit 2019 door vier gedeeld. De omzetdaling wordt voor de NOW 2.0 vastgesteld over een 4-maandsperiode die start op 1 juni, 1 juli of 1 augustus. Heeft u ook NOW 1.0 aangevraagd, dan dient de omzetperiode aan te sluiten op de periode die u heeft gekozen bij de NOW 1.0. Voor zowel de NOW 1.0 als de NOW 2.0 geldt dat overige subsidies die u in het kader van de coronacrisis ontvangt als omzet meetellen. De NOW wordt niet gezien als omzet.

Als uw bedrijf bestaat uit een aantal bedrijfsonderdelen (rechtspersonen) die samen een concern vormen, wordt de omzetdaling van het hele concern aangehouden. Slechts onder strikte voorwaarden kan de omzetdaling worden bepaald op de omzetdaling van een afzonderlijke rechtspersoon binnen het concern.

De referentiemaand voor de loonsom voor de NOW 2.0 is maart 2020.

Voor de loonsom neemt het UWV de gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst automatisch over. Uw werkgeverslasten worden bij de NOW 2.0 voor 40% gecompenseerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om pensioenpremies, premies werknemersverzekeringen en – meestal – om een reservering voor vakantiegeld.

Voorschot en definitieve vaststelling
Het voorschot dat in het kader van de NOW wordt verstrekt, is gebaseerd op de loonsom van maart 2020 en bedraagt per maand maximaal 90% van die loonsom over maart 2020. Bij de definitieve vaststelling van de subsidie wordt de loonsom - zoals gebruikt bij het voorschot - vergeleken met de loonsom van de 4-maandsperiode juni 2020 tot en met september 2020. Die loonsom kan lager zijn dan in de referentieperiode, omdat werknemers intussen niet meer in dienst zijn of niet meer zijn opgeroepen en daarom geen loon hebben ontvangen. De subsidie wordt dan lager vastgesteld en het voorschot gedeeltelijk teruggevorderd.

Anders dan in de NOW 1.0 is in NOW 2.0 geen aparte regeling opgenomen voor seizoensbedrijven of andere werkgevers met een hogere loonsom in de meetperiode dan in de referentieperiode, zoals nieuw gestarte bedrijven en bedrijven die door overname zijn gegroeid.

Gevolgen bij ontslag van werknemers
Als u in het subsidietijdvak bedrijfseconomisch ontslag aanvraagt voor één of meerdere werknemers, wordt de subsidie bij de vaststelling voor 100% gecorrigeerd met de hoogte van de maximaal te vergoeden loonsom van de werknemers waarvoor ontslag is aangevraagd in de referentiemaand, vermeerderd met de forfaitaire opslag, over drie maanden.

Bij grotere ontslagaanvragen wordt het totale subsidiebedrag met 5% verminderd als u in de periode van 30 mei 2020 tot en met 30 september 2020 één of meerdere meldingen als bedoeld in de Wet melding collectief ontslag (WMCO) doet én gedurende het subsidietijdvak voor 20 of meer werknemers in een WMCO-werkgebied ontslag om bedrijfseconomische redenen aanvraagt. De extra korting wordt niet toegepast als u een akkoord over de ontslagaanvraag heeft bereikt met de belanghebbende vakbonden (of bij gebreke daarvan een andere vertegenwoordiging van werknemers). Is dat niet gelukt, dan wordt de subsidie alsnog niet met 5% verminderd als deze partijen gezamenlijk een door de Stichting van de Arbeid in te richten commissie hebben verzocht om te beoordelen of het voorgestelde aantal ontslagen noodzakelijk is en de werkgever dit verzoek op het moment van aanvragen van de vaststelling van de subsidie niet heeft ingetrokken.

Geen dividend en bonus
Een bedrijf of concern mag bij een beroep op de NOW 2.0 geen dividend of bonussen uitkeren of eigen aandelen inkopen over 2020 als een subsidie van € 125.000 of meer, of een voorschot van € 100.000 of meer wordt ontvangen. Dit moet u bij aanvang verklaren. Dergelijke handelingen mogen niet worden verricht over 2020 tot en met de aandeelhoudersvergadering waarin de jaarrekening wordt vastgesteld in 2021. Het gaat dus niet om dividend, bonussen en aandelen over 2019. Het betreft ook alleen de bonussen die worden uitgekeerd aan het bestuur en de directie en niet aan het overige personeel dat variabel wordt beloond.

Accountantsverklaring
Bij de aanvraag van de definitieve vaststelling dient u een accountantsverklaring te overleggen. Dit hoeft niet bij een voorschot van minder dan € 100.000. Deze vrijstelling vervalt als de totale subsidie op het niveau van de natuurlijke persoon, rechtspersoon of groep wordt vastgesteld op € 125.000,- of meer.

Scholing
Voor de NOW 2.0 geldt voor u een inspanningsverplichting om uw werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen. U kunt hieraan voldoen door bijvoorbeeld (vrijvallende) tijd beschikbaar te stellen en middelen te verschaffen via bijvoorbeeld een opleidings- en ontwikkelingsfonds (O&O-fonds).

Aanvraag en betaling
De aanvraag voor de NOW 2.0 kunt u indienen vanaf 6 juli a.s. tot en met 31 augustus 2020 met een formulier dat het UWV via www.uwv.nl beschikbaar stelt. Daarbij dient u de procentuele verwachte omzetdaling te vermelden, het loonheffingennummer en de aaneengesloten 4-maandsperiode waarover u de omzetdaling verwacht. En ook het rekeningnummer waarop u betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt. Als het UWV positief oordeelt, keert het UWV een voorschot van 80% uit, te betalen in twee termijnen.

Binnen 24 weken na 15 november 2020 dient u vaststelling van de subsidie aan te vragen. Als de door u gekozen omzetperiode eindigt met de maand november dan vraagt u de vaststelling aan binnen 24 weken na afloop van de omzetperiode. Is er een accountantsverklaring vereist, dan is deze termijn 38 weken. Vervolgens zal het UWV binnen 52 weken een eindafrekening doen. Bij de afrekening kan sprake zijn van terugvordering of nabetaling.

Meer informatie?
Heeft u meer informatie nodig of hulp bij uw aanvraag? Wij helpen u graag verder bij de aanvraag voor de NOW 2.0. We kunnen bijvoorbeeld het omzetverlies berekenen en indien vereist zorgen voor een accountantsverklaring. Op korte termijn nemen we contact met u op om de mogelijkheden voor u in kaart te brengen.


Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL)


Nadat eerder al de tegemoetkoming aan ondernemers in getroffen sectoren (TOGS) in het pakket noodmaatregelen was opgenomen, is daar nu de Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL). Dit betreft een tijdelijke subsidieregeling om getroffen MKB-ondernemingen in staat te stellen hun vaste lasten te betalen. Wellicht kunt u er gebruik van maken en daarom vertellen wij u er graag meer over.

Eenmalige subsidie
Het betreft een eenmalige subsidie die u kunt gebruiken om uw vaste lasten in de maanden juni tot en met september 2020 te betalen. Uiteraard zijn er wel een aantal voorwaarden aan de regeling verbonden, waarvan een belangrijke al uit de naam van de regeling blijkt. U moet namelijk een MKB-ondernemer zijn die op 15 maart 2020 in het Handelsregister ingeschreven stond, waarbij ook uw SBI-code per die datum een belangrijke rol speelt. Alleen ondernemers met hoofd- of nevenactiviteiten in de vastgestelde SBI-codes komen namelijk voor subsidie in aanmerking. Op rvo.nl kunt u uw SBI-code invoeren, waarna u vanzelf leest of u in aanmerking zou kunnen komen voor de regeling. Ontving u subsidie onder de TOGS, dan voldoet uw SBI-code zonder meer. Dat zijn echter niet de enige voorwaarden want uw omzet moet met ten minste 30% zijn gedaald en u moet meer dan
€ 4.000 aan vaste lasten hebben. U mag bovendien niet al op 31 december 2019 in de financiële moeilijkheden hebben verkeerd. Daarnaast moet de onderneming ten minste één vestiging hebben op een ander adres dan het privéadres van de ondernemer, of er moet een vestiging zijn die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de ondernemer en voorzien is van een eigen opgang of toegang. Deze eisen gelden overigens niet voor horeca- en ambulante ondernemingen. Voor een horecaondernemer is voldoende dat hij of zij ten minste één horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom heeft.

Omzetverlies
Hiervoor schreven wij al dat u een omzetverlies van ten minste 30% moet hebben geleden. Dit berekent u door het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de omzet in de subsidieperiode te bepalen en deze te delen door de omzet in de referentieperiode. De omzet in de referentieperiode is de som van de omzet in het tweede kalenderkwartaal van 2019, gedeeld door 3, vermeerderd met de omzet in het derde kalenderkwartaal van 2019. De uitkomst van deze berekening wordt uitgedrukt in hele procenten. Er zijn uitzonderingen op de referentieperiode mogelijk voor bedrijven die in de loop van 2019, dan wel in de eerste twee maanden van 2020 werden ingeschreven. De omzet in de subsidieperiode is de som van de omzet in het tweede kalenderkwartaal van 2020, gedeeld door drie, vermeerderd met de omzet in het derde kalenderkwartaal van 2020 (dit is vanzelfsprekend een schatting). Voor de som van de omzet tellen subsidies verkregen met het oog op de bestrijding van de negatieve gevolgen van covid-19 niet mee.

Vaste lasten
U ontvangt de subsidie om,  in een periode van weinig omzet, toch uw vaste lasten te kunnen blijven voldoen. Het gaat dan om de overige bedrijfskosten. Variabele lasten tellen niet mee. De regeling werkt met een vast percentage per sector. Je hoeft de vaste lasten dus niet zelf te berekenen.

Hoogte subsidie
De maximale subsidie bedraagt € 50.000 voor de volledige periode. De berekening luidt als volgt: A x B x C x 0,5.

A = Omzet in de referentieperiode, uitgedrukt in euro’s

B = Omzetverlies, uitgedrukt in hele procenten

C = ratio tussen de vaste kosten en de omzet van een gemiddeld bedrijf, uitgedrukt in procenten. Dit is per sector bepaald op basis van gegevens van het CBS.

Het laatste gedeelte van de som, de factor 0,5, laat zien dat u altijd 50% zelf blijft dragen. Is de uitkomst van de berekening minder dan € 1.000 dan bedraagt de subsidie € 1.000. Is de getroffen MKB-onderneming na 29 februari 2020 voor het eerst in het Handelsregister ingeschreven,  dan kan er ook aanspraak op € 1.000 worden gemaakt.

Aanvraagperiode
De subsidie kan vanaf 30 juni, 12.00 uur tot en met 30 oktober 2020, 17:00 uur worden aangevraagd. Dit gebeurt via een formulier op RVO.nl en hierop zal binnen acht weken worden beslist. Wanneer de subsidie wordt verleend, dan zal er een eenmalig voorschot van 80% worden uitgekeerd. De vaststelling van de subsidie dient vervolgens voor 1 april 2021 te worden aangevraagd. Houd er rekening mee dat u uw administratie tot 10 jaar na de beschikking tot subsidievaststelling dient te bewaren en dat u tot 5 jaar medewerking dient te verlenen aan evaluaties rondom doeltreffendheid en de effecten van de verleende subsidie.

Meer informatie?
Heeft u meer informatie nodig of hulp bij uw aanvraag? Wij helpen u graag verder bij de aanvraag voor deze en andere regelingen. We kunnen bijvoorbeeld het omzetverlies berekenen. Op korte termijn nemen we contact met u op om de mogelijkheden voor u in kaart te brengen.


Tijdelijk extra bijstand voor zelfstandigen - Tozo

Bent u zelfstandige en verwacht u dat als gevolg van de Coronacrisis uw inkomen de komende drie maanden minder zal zijn dan het sociaal minimum, dan komt u in aanmerking voor de ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo)’. Deze regeling  wordt uitgevoerd door uw gemeente en is inmiddels opengesteld. Op grond van de Tozo krijgt u een aanvulling op uw inkomen tot het sociaal minimum. Het sociaal minimum voor alleenstaanden is 70% van het wettelijk minimumloon oplopend tot 100% van het wettelijk minimumloon voor gehuwden en samenwonende partners. De Tozo-uitkering hoeft u niet terug te betalen. Er vindt geen vermogens- of partnertoets plaats en ook de levensvatbaarheid van uw onderneming wordt niet getoetst.

Voorwaarden
Onder de volgende voorwaarden kunt u gebruikmaken van de Tozo:

  • u moet bij de aanvraag verklaren dat u verwacht dat uw inkomen door de Coronacrisis in de komende drie maanden daalt onder het sociaal minimum;
  • wanneer dit achteraf anders is, moet u dit doorgeven aan uw gemeente;
  • u moet voldoen aan het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek in de inkomstenbelasting. Dat wil zeggen dat u per jaar ten minste 1.225 uren heeft gewerkt voor uw onderneming. Bestaat uw onderneming korter dan een jaar, dan geldt het urencriterium voor het aantal maanden dat u heeft gewerkt;
  • u moet ingeschreven zijn bij de Kamer van Koophandel, voordat de Tozo is aangekondigd, dus vóór 17 maart 2020, 18.45 uur.

De Tozo is gebaseerd is op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz), maar de procedure is veel sneller namelijk 4 weken in plaats van de gebruikelijke 13 weken bij de Bbz. Achteraf wordt gecontroleerd of u terecht gebruik heeft gemaakt van de regeling. De gemeenten zijn verplicht om bij fraude de toegekende bijstand terug te vorderen en een boete op te leggen.

Lening voor bedrijfskapitaal
U kunt deze ondersteuning ook krijgen in de vorm van een lening voor bedrijfskapitaal van maximaal € 10.157 tegen een verlaagd rentepercentage. U heeft in dit geval ook de mogelijkheid om uw  aflossingsverplichting uit te stellen.

Tozo ook voor de DGA
Bent u directeur-grootaandeelhouder van een bv? Dan komt u in principe ook in aanmerking voor de Tozo. U moet dan voldoen aan de wettelijke eisen: het urencriterium, volledige zeggenschap en het dragen van de financiële risico’s. U dient naar waarheid te verklaren en aannemelijk te maken dat uw bv vanwege de Coronacrisis geen salaris kan uitbetalen.


Compensatieregeling voor bepaalde sectoren – het Noodloket / TOGS-regeling

De Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS, of kortweg: het Noodloket) staat open voor ondernemers die getroffen zijn door de beperkende Coronamaatregelen. Aan de hand van de codes voor de standaardbedrijfsindeling (SBI-codes) is een lijst met kwalificerende sectoren samengesteld. Daarbij lag de focus oorspronkelijk op ondernemers met omvangrijke vaste lasten die veroorzaakt werden door een fysieke vestiging of door fysieke productiemiddelen die los staan van de eigen woning en die essentieel zijn voor de bedrijfsvoering.

Daardoor vielen veel ondernemers buiten de boot voor deze regeling. Inmiddels is de toegang tot de regeling verder uitgebreid.

Vallen uw hoofdbedrijfsactiviteiten in een van de genoemde sectoren, dan komt in beginsel in aanmerking voor deze compensatie in de vorm van een eenmalige gift van € 4.000 voor de eerste nood in de periode 16 maart tot en met 15 juni 2020. U kunt de aanvraag laten doen door uw adviseur  als u hem/haar daartoe machtigt. Hiervoor is een machtigingsformulier (zie bijlage) ontwikkeld. De compensatie vraagt u of uw adviseur uiterlijk aan tot en met 26 juni 2020, 17.00 uur bij rvo.nl. De tegemoetkoming wordt tot 1 januari 2021 verstrekt. Voor de aanvraag is een eHerkenning (niveau 1 of hoger) nodig of DigiD.

Voorwaarden
De aanvraag moet in ieder geval de volgende informatie bevatten:

  • gegevens over uw onderneming, waaronder het KvK-nummer, het post- en bezoekadres en een rekeningnummer dat op naam staat van de onderneming;
  • naam, telefoonnummer en e-mailadres van de contactpersoon bij uw onderneming;
  • een verklaring dat uw onderneming geen overheidsbedrijf is;
  • een bevestiging dat de tegemoetkoming niet zal leiden tot overschrijding van het de-minimisplafond (verklaring de-minimissteun). Hiermee verklaart u dat de staatsteun die uw onderneming krijgt onder het maximum van € 200.000 blijft over een periode van 3 achtereenvolgende jaren;
  • een verklaring dat uw onderneming op het moment van de aanvraag aan de gestelde eisen voldoet;
  • een verklaring dat uw onderneming in de periode 16 maart tot en met 15 juni 2020 verwacht ten minste € 4.000 omzetverlies te lijden;
  • een verklaring dat uw onderneming in die periode ten minste € 4.000 vaste lasten zal hebben, ook na gebruik van andere beschikbare steunmaatregelen ter bestrijding van de Coronacrisis.

U krijgt de beslissing over uw aanvraag in beginsel binnen twee á drie weken toegezonden. Een toegekende tegemoetkoming kan nog 5 jaar na de verstrekking worden herzien, mocht deze door onjuiste gegevensverstrekking niet in overeenstemming met de beleidsregels  zijn verstrekt.

TOGS-regeling voor nog meer ondernemers toegankelijk
Deze lijst met ondernemers is opnieuw uitgebreid. Naast de non-foodsector met ondernemers zoals winkeliers, komen nu ook (onder meer) kleine MKB-winkeliers in de food, de dienstverlening zoals taxibedrijven en praktijken voor tandartsen, fysiotherapeuten en toeleveranciers van eet- en drinkgelegenheden of (culturele) evenementen voor de eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 in aanmerking. Maar ook zeil- en surfscholen en uitzendbureaus kunnen in beginsel gebruikmaken van de TOGS-regeling/ het Noodloket. Check de lijst om te kijken of uw bedrijf nu wel kwalificeert voor deze tegemoetkoming.

TOGS ook uitgebreid voor ondernemers met bedrijf aan huis
De TOGS-regeling/het Noodloket richtte zich oorspronkelijk op ondernemers met omvangrijke vaste lasten, die veroorzaakt worden door een fysieke vestiging of door fysieke productiemiddelen die los staan van de eigen woning en die essentieel zijn voor de bedrijfsvoering. Als uw bedrijfsactiviteiten aan huis of vanuit huis werden verricht, dan werd u eerder nog uitgesloten van deze regeling. Maar daar is nu ook verandering gekomen. U kunt ook een beroep op de TOGS-regeling/ het Noodloket doen als in of vanuit uw woning significante bedrijvigheid plaatsvindt. Er geldt wel een extra voorwaarde. U moet namelijk met een verklaring aannemelijk maken dat uw bedrijfsactiviteiten een minimale omvang hebben. Een ondernemer met een fysieke inrichting buiten de eigen woning, heeft zo’n verklaring niet nodig. Door deze verruiming van de toegang tot de TOGS-regeling/ het Noodloket kunt u bijvoorbeeld ook aanspraak maken op de eenmalige tegemoetkoming van € 4.000 als u een kapperszaak of schoonheidssalon aan huis heeft of een manege achter uw woning. Ook rijschoolhouders die vanuit huis hun onderneming drijven kunnen nu voor de regeling in aanmerking komen.

Meld verkeerde SBI-code
Denkt u op basis van uw hoofdactiviteit in aanmerking te komen voor de tegemoetkoming op grond van de TOGS-regeling/ het Noodloket, maar bent u onder de verkeerde SBI-code  geregistreerd in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel? In dat geval kunt u dit melden bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland RVO, die de regeling uitvoert. Die beoordeelt elk geval op redelijkheid en billijkheid of toetst de activiteiten aan de economische activiteit waarmee u staat ingeschreven in het Handelsregister.

TOGS – wat valt onder de vaste lasten?
De TOGS-regeling/het Noodloket stelt als voorwaarde dat er in de periode van 16 maart tot en met 15 juni 2020 ten minste € 4.000 aan vaste lasten te verwachten zijn. Maar waar bestaan deze vaste lasten nu eigenlijk uit? Wij hebben met de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland gebeld en ook zij hebben (nog) geen overzicht van lasten die wel en niet meetellen. Wel konden zij aangeven dat de geest van de regeling is dat het kosten moeten zijn die samenhangen met het pand, denk aan elektriciteit, water, huur en belastingen, zoals afvalstoffenheffingen of wellicht ook met vervoermiddelen. Andere lasten of lasten die niet aan de genoemde periode toe te rekenen zijn, zullen naar verwachting niet meetellen.

Continuïteitsbijdrage voor zorgaanbieders

Bent u als zorgaanbieder niet direct betrokken bij de zorg voor coronapatiënten, maar lijdt u wel omzetverlies door de coronacrisis? In dat geval kunt u vanaf 1 mei 2020 ook een continuïteitsbijdrage krijgen van uw zorgverzekeraar. Dat heeft koepelorganisatie Zorgverzekeraars Nederland (ZN) bekendgemaakt. Zorgaanbieders die hiervoor in aanmerking zijn onder meer laboratoria, mondzorg, kraamzorg, fysio-, oefen- en ergotherapeuten, maar ook de wijkverpleging, het zittend ziekenvervoer en de zelfstandige behandelcentra in de medisch-specialistische zorg.
Zowel gecontracteerde als niet-gecontracteerde zorgaanbieders kunnen van de ondersteuning gebruikmaken. De regeling is niet bedoeld voor zorg en diensten die door of via opticiens worden verricht.

Continuïteitsbijdrage
De continuïteitsbijdrage is bedoeld om de vaste lasten zoals personeels- en huisvestingskosten te kunnen blijven betalen. De bijdrage wordt verleend over de periode 1 maart tot en met 31 mei 2020 en kan bij voorschot worden uitbetaald. Het voorschot bedraagt per maand 70% van 1/12-deel van de door de zorgverzekeraar vergoede zorgkosten op jaarbasis, mits dat hoger is dan € 250. Het voorschot wordt verrekend met de later dit jaar door u als zorgaanbieder ingediende declaraties voor zorgkosten. Daarnaast betalen de zorgverzekeraars de openstaande declaraties versneld aan u uit.

Samenloop met TOGS-regeling
Om te voorkomen dat de continuïteitsbijdrage samenloopt met de tegemoetkoming op grond van de TOGS-regeling/het Noodloket, wordt er voor de toepassing van de TOGS-regeling een extra verklaring van zorgondernemers gevraagd. Daaruit moet blijken in hoeverre hun omzetverlies en personeelskosten al worden vergoed via de continuïteitsbijdrage van de zorgverzekeraars.

Verlenging ingrijpende maatregelen

De overheid heeft ingrijpende maatregelen genomen, zoals het sluiten van o.a. de scholen en kinderdagverblijven, horecagelegenheden, sport- en fitnessclubs en het verbieden van evenementen van meer dan 100 personen. Werknemers moeten thuisblijven indien ze klachten hebben als neusverkoudheid, hoesten, keelpijn en/of koorts. Bovendien adviseert de overheid dringend om zoveel mogelijk vanuit huis te werken. Deze maatregelen zijn inmiddels verlengd tot en met 28 april 2020.

Aanvullende maatregelen cultuur- en creatieve sector

Het kabinet heeft aanvullende maatregelen getroffen om de cultuur- en creatieve sector te ondersteunen. Zo hebben musea die hun panden huren van het Rijksvastgoedbedrijf een huuropschorting van drie maanden gekregen. Zij kunnen de huur dus later voldoen. Het kabinet roept provincies en gemeenten op om met vergelijkbare tegemoetkomingen voor deze sector te komen.

Daarnaast krijgen culturele instelling die vallen onder de zogeheten ‘basisinfrastructuur’, nu al de subsidie die zij normaliter pas in het derde kwartaal zouden krijgen. Ook gemeenten onderzoeken of zij op deze manier kunnen omgaan met voorschotten.

Daarnaast laat het ministerie van OCW haar subsidies doorlopen. Deze worden niet gekort als blijkt dat de voorgenomen prestaties niet worden gehaald vanwege de Coronacrisis. Ook de rijkscultuurfondsen, gemeenten en provincies volgen deze maatregel. Dit geldt ook voor projectsubsidies en gesubsidieerde activiteiten.

Compensatie verkochte toegangskaarten
Er wordt momenteel nog onderzocht hoe de terugbetaling van verkochte toegangskaarten kan worden vormgegeven. Er wordt vooral gedacht aan het verstrekken van vouchers.


Ook eenvoudiger en sneller bijzonder uitstel voor andere belastingen

De versoepelde procedure voor verzoeken om bijzonder uitstel voor drie maanden is uitgebreid naar andere belastingsoorten en heffingen. Naast voor de inkomstenbelasting, inkomensafhankelijke bijdrage ZW, vennootschapsbelasting, omzetbelasting en loonheffing, kan u nu ook versoepeld bijzonder uitstel van betaling aanvragen voor:

  • milieubelastingen (opslag duurzake energie (ODE), energie-, kolen- en afvalstoffenbelasting en belasting op leidingwater);
  • accijns (alcohol, tabak en minerale oliën);
  • verhuurderheffing;
  • assurantiebelasting;
  • kansspelbelasting;
  • verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken.

U geeft voor elk van deze belastingen/heffingen afzonderlijk aan of u bijzonder uitstel van betaling wilt hebben wegens betalingsproblemen in verband met de coronacrisis.

Uitzondering
Dit geldt niet voor de vijf belastingen waarvoor het versoepelde uitstelbeleid eerst gold (inkomstenbelasting, inkomensafhankelijke bijdrage ZW, vennootschapsbelasting, loonheffing en omzetbelasting). Voor deze belastingen kunt u in één keer tegelijk digitaal bijzonder uitstel van betaling aanvragen. Heeft u een aanslag van een van deze belastingen ontvangen, dan kunt u voor alle vijf belastingen in één keer uitstel vragen. U hoeft daarvoor dus niet eerst aanslagen voor alle vijf belastingen te hebben.


Reiskostenvergoeding en thuiswerken

Nu veel werknemers thuiswerken, is het de vraag wat er met de reiskostenvergoeding moet gebeuren. Betaalt u een vaste, onbelaste reiskostenvergoeding aan uw werknemers? In dat geval geldt een bijzondere regeling bij langdurige afwezigheid. U mag dan tijdens maximaal zes aansluitende weken de vaste reiskostenvergoeding doorbetalen. Verwacht u dat een werknemer langdurig afwezig is, dan mag u de onbelaste vaste reiskostenvergoeding nog uitbetalen in de lopende maand en de eerstvolgende maand. Gaat uw werknemer weer naar het werk, dan mag u pas weer een reiskostenvergoeding betalen vanaf de maand na de maand waarin de werknemer weer is gaan werken.

Declaratiebasis
Vergoedt u achteraf op declaratiebasis de gemaakte reiskosten van uw werknemer, dan hoeft hij of zij geen reiskostenvergoeding te betalen als er niet is gereisd.

Gebruik internet en telefoon thuis

 Ook het gebruik van bijvoorbeeld internet en de telefoon thuis kan onbelast worden vergoed. Dit valt onder de gerichte vrijstelling voor noodzakelijke kosten. Bovendien is er voor kosten die samenhangen met thuiswerken ook altijd nog de vrije ruimte die daarvoor kan worden benut.

Verlaging van uw gebruikelijk loon

Bent u aanmerkelijkbelanghouder/directeur grootaandeelhouder en heeft de Coronacrisis grote gevolgen voor de omzet en liquiditeit van uw bv? In dat geval mag u de komende maanden in 2020 met uw bv tijdelijk een lager maandloon afspreken. De Belastingdienst staat dit toe. Aan het eind van het jaar stelt u namens uw bv het gebruikelijk jaarloon voor 2020 vast en vermeldt dit in de aangifte loonheffingen. Op dat moment is duidelijker wat de impact van de Coronacrisis is op uw bv. Als uw bv te weinig loon heeft betaald, moet zij het verschil als loon aangeven en daarover loonheffingen berekenen. Er is geen verzoek om instemming van – of vooroverleg met – de Belastingdienst nodig.

Samenloop met NOW-regeling en Tozo-regeling
U mag uw gebruikelijk loon voor 2020 dus achteraf bepalen. De volgende situatie is dan niet ondenkbaar: uw bv vraagt mits u een verplicht verzekerde aandeelhouder bent een NOW-subsidie aan vanwege een omzetdaling. Deze wordt verleend voor 3 maanden ter hoogte van 90% van de loonkosten. Als na afloop van het jaar blijkt dat de situatie sterk is verbeterd, hoeft de subsidie niet te worden terugbetaald. Maar uw bv moet wel achteraf alsnog loonheffing betalen over het gebruikelijk loon. Hetzelfde effect doet zich voor als u als dga niet verplicht verzekerd bent en 3 maanden bijstand krachtens de Tozo-regeling heeft ontvangen, waarna de omzet van uw bv weer stijgt.

Terugvragen van btw bij oninbare vorderingen

Past u het factuurstelsel toe voor de btw, dan moet u de btw op aangifte afdragen in het tijdvak van het uitreiken van de factuur. Maar u heeft recht op teruggaaf van die btw als de debiteur niet of niet tijdig betaald. Het recht op teruggaaf ontstaat, in het tijdvak waarin definitief vaststaat dat de debiteur niet meer zal betalen, maar uiterlijk 12 maanden nadat de vordering opeisbaar is geworden. Door de huidige Coronacrisis zal vaak al binnen de wettelijke termijn van 12 maanden duidelijk zijn dat bepaalde debiteuren niet meer zullen en kunnen betalen – bijvoorbeeld bij een faillissement. U kunt én moet de afgedragen btw dan in dat tijdvak al terugvorderen. De btw mag niet worden teruggevorderd in een later tijdvak dan dat waarin het teruggaafrecht ontstond.

Kampt u nu met grote liquiditeitsproblemen? Het kan dan zinvol zijn om na te gaan of u de btw op oninbare vorderingen nu al kunt terugvragen bij de Belastingdienst.

Let op
Stel dat uw debiteur na de teruggaaf van de btw op de oninbaar geachte vorderingen alsnog (een deel van) de factuur betaalt. Wat betekent dit dan voor u? U wordt de btw over het alsnog betaalde bedrag dan weer verschuldigd. U geeft die btw dan aan bij vraag 1a of 1b van de btw-aangifte over dat tijdvak en draagt deze af.

Attentiepunt
Als een debiteur een schuld vanwege een factuur omzet in een lening, dan is daarmee de factuur in beginsel betaald. Deze debiteur hoeft dan geen btw terug te betalen die eerder in aftrek is gebracht. Daarentegen heeft u als schuldeiser dan niet meer de mogelijkheid om btw terug te vragen vanwege een oninbare factuur. Kortom, let goed op bij het omzetten van een factuurschuld in een lening, omdat dit gevolgen heeft voor de btw.

Geen melding betalingsonmacht meer nodig naast verzoek uitstel van betaling

Als u bijzonder uitstel van betaling aanvraagt voor de loonheffingen en/of omzetbelasting, moet u bij de Belastingdienst ook steeds een melding doen van betalingsonmacht. Dit om een beroep op uw bestuurdersaansprakelijkheid te beperken.

Sinds kort hoeft u dit niet meer te doen in het geval u als bestuurder bijzonder uitstel van betaling aanvraagt voor de loonheffingen en/of omzetbelasting voor uw bv of andere rechtspersoon die onder de vennootschapsbelasting valt. Het verzoek om bijzonder uitstel van betaling wegens het coronavirus wordt dan namelijk ook als melding betalingsonmacht aangemerkt voor verzoeken in de komende perioden. Dit geldt ook op het moment dat uw bv pas op basis van de naheffingsaanslag om uitstel van betaling verzoekt. Uw rechtspersoon moet dan vanzelfsprekend de loonheffingen en/of omzetbelasting niet kunnen betalen.

Voorbeeld ter verduidelijking
Stel uw bv draagt de loonheffing over de maand februari 2020 in verband met de coronacrisis niet af. Op 24 april 2020 ontvangt uw bv de naheffingsaanslag. Hiervoor doet u namens uw bv een verzoek om bijzonder uitstel van betaling in verband met de coronacrisis. Dit verzoek wordt dan als melding betalingsonmacht aangemerkt. De melding is niet alleen tijdig voor de komende tijdvakken maar ook voor de maand februari.

Let op! Doet u een beroep op uitstel van betaling? Zorg wel dat uw aangifte doet. Het doen van aangifte en het betalen van belastingen zijn twee verschillende dingen.

Uitstel van betaling voor pensioenpremies

Ook de betaling van pensioenpremies komt als gevolg van de maatregelen in het kader van het Coronavirus in het gedrang. Daarom hebben de Stichting van de Arbeid, de Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars aangegeven dat ook zij een bijdrage willen leveren om acute financiële problemen bij ondernemers op te lossen. Zij geven voor wat betreft de betaling van pensioenpremies drie denkrichtingen aan:

  1. Pensioenuitvoerders treffen met een individuele werkgever een betalingsregeling.
  2. Betalingstermijnen worden voor getroffen sectoren en werkgevers verruimd.
  3. Het invorderingsbeleid wordt minder strikt.

Pensioenuitvoerders lopen bij het ontwikkelen van maatregelen op deze terreinen vast op wettelijke voorschriften (o.a. Pensioenwet en Wet BpF). Het Verbond en de Pensioenfederatie gaan daarom op korte termijn in overleg met DNB en het ministerie van SZW. Op de uitkomst van dat overleg kunt u natuurlijk niet in alle gevallen wachten.

Tref een betalingsregeling
Komt u in de problemen met het betalen van de pensioenpremies? Neem contact op met het pensioenfonds waar u bij bent aangesloten of de verzekeraar bij wie u de pensioenregeling van uw werknemers hebt ondergebracht. In overleg kan er mogelijk een betalingsregeling worden getroffen. De pensioenfondsen voor de Horeca & Catering, Detailhandel en de Reisbranche hebben al maatregelen genomen wat betreft de betalingstermijn en incasso van pensioenpremies.

Kunt u de btw terugvragen bij annuleringen?

Heeft u met annuleringen te maken vanwege de beperkende maatregelen in het sociaal verkeer, denk aan sport- en andere evenementen? En heeft u in dat geval de btw over de ticketverkoop al afgedragen? Dan heeft u de volgende opties. U betaalt het bedrag dat uw klanten hebben betaald geheel of gedeeltelijk aan hen terug. U kunt dan de btw over het terugbetaalde bedrag terugvragen. Betaalt u niets terug aan uw klanten? In dat geval moet u eerst vaststellen of de vergoeding een schadevergoeding is, of nog steeds een vergoeding voor het recht op een prestatie.

Is het bedrag dat uw klanten hebben betaald een schadevergoeding, dan is deze onbelast. Hebt u in dit geval de btw al afgedragen, dan kunt u de afgedragen btw terugvragen. Staat tegenover de vergoeding nog steeds een recht op een prestatie, dan kunt u de eventueel al afgedragen btw niet terugvragen. Of de betaling als een schadevergoeding moet worden aangemerkt, is niet altijd eenvoudig te bepalen. Neem in geval van twijfel contact met ons op.

Deblokkeren g-rekening

Heeft u een bedrijf dat personeel uitzendt, uitleent of detacheert en maakt u gebruik van een g-rekening? U kunt de Belastingdienst verzoeken om deze g-rekeningen te deblokkeren. Bij deblokkering geeft de Belastingdienst onder normale omstandigheden alleen het overschot vrij, maar aan ondernemers die geraakt zijn door de coronacrisis, zoals de bouwondernemers en de uitzendbranche, worden nu tijdelijk ook bedragen vrijgegeven die zijn gereserveerd voor de loonheffing en btw.


Aanvullende informatie toepassing BMKB

 Heeft uw mkb-bedrijf een gezond toekomstperspectief maar komt u in liquiditeitsproblemen door het Coronavirus? U kunt tijdelijk (tot 1 april 2021) onder gunstiger voorwaarden gebruikmaken van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Met deze regeling staat de overheid voor een deel borg voor bedrijven die een lening willen afsluiten, maar de financier (meestal de bank) niet genoeg zekerheden kunnen bieden. De steunmaatregel biedt banken en andere financiers meer mogelijkheden om overbruggingskredieten te verstrekken in de aankomende periode. Tot zover wat u al wist uit onze eerdere berichtgeving hierover.

Maar er is inmiddels aanvullende informatie bekendgemaakt over de toepassing van de verruimde BMKB. De maximale looptijd van de regeling is 8 kwartalen. De aflossing vindt lineair plaats of ineens aan het einde van de looptijd (bullet-aflossing). De mogelijkheid om per maand of kwartaal af te lossen verschilt per financier en u betaalt 3,9% garantieprovisie aan de staat bij het aangaan van de financiering in de BMKB. Is de financiering voor een rechtspersoon? In dat geval wordt geëist dat de meerderheidsaandeelhouder een borgstelling van 10% afgeeft.

Uitstel voor WBSO-mededeling

Heeft u in 2019 gebruikgemaakt van de WBSO? In dat geval zou u voor 1 april jl. het aantal gerealiseerde S&O-uren moeten hebben opgegeven aan de RVO via het eLoket. Dit geldt ook voor de eventueel gemaakte kosten en uitgaven als u bij de eerste aanvraag niet voor het forfait heeft gekozen. De gerealiseerde gegevens over 2019 moeten ook worden doorgegeven als u wel een S&O-verklaring heeft, maar geen of minder S&O-uren heeft gerealiseerd dan vermeld in die verklaring. Het niet opgeven van de S&O-gegevens leidt tot een boete. Als dat door de Coronacrisis niet is gelukt, dan kan dit alsnog tot en met 15 juni 2020. De mededeling wordt dan niet als te laat aangemerkt en er wordt geen boete opgelegd.

WBSO- en NOW-regeling
De nieuwe NOW-regeling mag gecombineerd worden met de WBSO-regeling. Zo ontvangt u vanuit de NOW een tegemoetkoming in de loonkosten en met de WBSO een tegemoetkoming in de af te dragen loonheffing.

Lagere premie BMKB-regeling

Hebt een Mkb-bedrijf met een gezond toekomstperspectief maar is uw bedrijf in liquiditeitsproblemen gekomen door de Coronacrisis? In dat geval kunt tijdelijk (tot 1 april 2021) onder gunstiger voorwaarden gebruikmaken van de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Deze regeling is tijdelijk verder verruimd om financiering voor ondernemers toegankelijker te maken. De verruiming bestaat uit het verlagen van het premiepercentage van 3,9% naar 2%. Daarnaast wordt het budget verhoogd van € 765 miljoen naar € 1,5 miljard. Ook kunnen non-bancaire financiers zich nu accrediteren om hun klanten te financieren met een BMKB-krediet. Wilt u financiering hebben met gebruikmaking van de BMKB? Wendt u zich tot uw bank of tot ons.

 

Breng duidelijk uw liquiditeitsbehoefte in beeld!

De precieze impact van de Coronacrisis is moeilijk in te schatten. Toch is het belangrijk en noodzakelijk dat u een realistische inschatting maakt van de liquiditeitsbehoefte. U kunt uw accountant vragen om u daarbij te helpen. Zo kunt u samen de komende 6 tot 9 maanden de verwachte inkomsten en uitgaven op een rij zetten. Het is verstandig om dit vanuit meerdere scenario’s te doen, met als basis een worse case scenario, waarbij u rekening houdt met de beschikbare fiscaal-economische steunmaatregelen van de overheid en banken. Houd daarbij onder meer rekening met:

  • de verwachte omzet terugval;
    • de verwachte ontvangsten van debiteuren, waarbij de geldende betaaltermijn hier niet meer leidend is, omdat veel klanten zich in dezelfde situatie bevinden;
    • de afbouw van variabele kosten (personeel/inkoop/brandstof etc.);
    • de doorlopende uitgaven voor vaste kosten (personeel/huisvesting etc.);
    • de verwachte uitgaven aan crediteuren rekening houdend met de afbouw van variabele kosten en de doorlopende uitgaven voor externe vaste kosten
    • uitstel/afstel van investeringen;
    • uitstel van aflossingen en de rente op leningen;
    • de tegemoetkoming in de loonkosten uit hoofde van de NOW-regeling;
    • het uitstel van betaling voor de loon-, omzet-, vennootschaps- en inkomstenbelasting en overige belastingen/heffingen;
    • de tijdelijke ondersteuning inkomen zelfstandigen (TOZO)
    • ondersteuning uit de TOGS-regeling/ het Noodloket;
    • de verruiming BMKB-financiering en/of andere verruimde financieringsregeling;
    • de overbruggingsfinanciering van banken (rekening courant/factoring)

Het is noodzakelijk om de liquiditeitsontwikkeling op periodieke dag- c.q. weekbasis te monitoren, zodat u nieuwe knelpunten snel inzichtelijk heeft en ook daar op kunt anticiperen.

 

Specifiek krediet voor innovatieve bedrijven

Bent u een start-up of scale-up of heeft u een ander innovatief bedrijf en bent u getroffen door de coronacrisis? Dan komt er ook voor uw bedrijf waarschijnlijk eind april een specifieke kredietmogelijkheid beschikbaar. Omdat u mogelijk vaak geen bankrelatie heeft, wordt de nieuwe kredietmogelijkheid verstrekt door de Regionale Ontwikkelingsmaatschappijen (ROM’s). Het kabinet stelt € 100 miljoen ter beschikking voor deze kredietmogelijkheid.

Banken zetten aflossingen stop voor een periode van maximaal 6 maanden. Maar let op!

Kleinere ondernemingen met een financiering tot € 2,5 miljoen kunnen 6 maanden uitstel krijgen van de aflossing van hun leningen. ABN Amro, ING, Rabobank, de Volksbank en Triodos hebben dat samen besloten. De werkwijze verschilt per bank. ABN Amro zet automatisch de aflossingen stop. U moet zich bij de bank melden als u dit niet wenst. De bank laat zelfs weten dat het ook de rente betreft. Bij de Rabobank moet u zelf actie ondernemen en aangeven dat u er gebruik van wilt maken.
Bedrijven met een financiering hoger dan 2,5 miljoen moeten - evenals particuliere klanten - contact opnemen met de bank voor het bespreken van maatwerkoplossingen.
Aangezien de werkwijze per bank verschilt is het advies om altijd contact op te nemen met uw bank!

Verdere verruiming GO-regeling

Ook het budget van de Garantie Ondernemersfinancieringsregeling (GO-regeling) wordt verder verruimd van € 1,5 miljard naar € 10 miljard. Daarnaast is het garantiepercentage verhoogd van 50% naar 80% voor grootbedrijven en naar 90% voor het MKB, mits zij getroffen zijn door de Coronacrisis.

 

Nieuwe extra garantieregeling voor leverancierskredieten op komst

Veel ondernemers in de detailhandel dreigen problemen te krijgen met de bevoorrading, omdat kredietverzekeraars hun kredietlimieten beëindigen of verlagen vanwege de Coronacrisis. Nieuwe aanvragen worden daarom vaak afgewezen. Daarom wordt er nu gewerkt aan een nieuwe garantieregeling voor leverancierskredieten. De nieuwe garantieregeling moet de kredietverzekeraars voldoende zekerheid bieden dat de kredieten worden terugbetaald. Het kabinet gaat daartoe de overeenkomsten van leveranciers voor naar schatting € 12 miljard herverzekeren. Als de garantieregeling klaar is, moet de Europese Commissie eerst toestemming geven voordat de regeling in werking kan treden. De regeling mag namelijk geen verboden staatssteun zijn.

Tijdelijke Borgstellingsregeling voor land- en tuinbouw opengesteld

De regeling Borgstelling MKB-Landbouwkredieten (BL) - een tijdelijke borgstelling voor kredieten van agrarische ondernemers is sinds 18 maart jl. opengesteld. De banken en andere financiers moeten hiervoor een aanvraag indienen bij de RVO. U moet zich hiervoor wenden tot uw bank of financier.

Verruiming BL-C
Met deze borgstellingsregeling kunt u voor uw bedrijf een overbruggingskrediet financieren tot het maximale borgstellingskrediet van € 1,2 miljoen (bij duurzame/ innovatieve leningen (BL-Plus) € 2,5 miljoen. Als het maximale borgstellingskrediet bijna of geheel is benut, dan kunt u daar bovenop nog maximaal € 300.000 aan BL-C krediet financieren. De looptijd van het overbruggingskrediet is 8 maanden en er kan lineair worden afgelost of aan het einde van de looptijd. De provisie bedraagt 1% voor starters en 3% voor de overige bedrijven. De borgstelling in de BL-C regeling is 70% van het totaal aan nieuw te verstrekken overbruggingskrediet.

Uitstel van betaling van waterschapslasten

Ook de waterschappen hebben steun toegezegd om u als ondernemer te ondersteunen. Als u de waterschapsbelastingen niet kunt betalen, krijgt u uitstel van betaling. Verschillende waterschappen hebben de invordering van de belastingen zelfs helemaal stopgezet. Ook hebben de waterschappen toegezegd dat zij uw facturen direct en ruim voor de vervaldatum zullen betalen.

Huurverlaging van bedrijfsruimte

Na de eerdere verplichte bedrijfssluitingen van sportscholen, kinderdagverblijven, de hele horeca etc., dreigt mogelijk ook nog een verplichte winkelsluiting. Dit leidt tot omzetverlies. De is of er dan recht bestaat op huurverlaging als uw bedrijf in een huurpand is gevestigd. Volgens het huurrecht bestaat pas recht op huurvermindering als er sprake is van een gebrek aan het gehuurde. Hieronder moet u verstaan een toestand of kenmerk van het gehuurde die niet aan u als huurder is toe te rekenen en waardoor u niet het genot heeft van de gehuurde ruimte dat die u mocht verwachten. De omstandigheden als gevolg van de Coronacrisis zullen tot het ondernemersrisico worden beschouwd, voor zover de verhuurder niet ook al een beroep op overmacht toekomt. In de veel door verhuurders gebruikte ROZ- modellen is een dergelijk beroep in ieder geval al kansloos. Op grond van de bijpassende algemene voorwaarden is hier een vordering tot huurverlaging uitgesloten bij een gebrek. Kortom, u zult in onderhandeling moeten met uw verhuurder om uw huurprijs (tijdelijk) aan te passen, of om termijnbetaling of opschorting te bedingen.

Kwijtschelding of beëindiging van de huur

Is uitstel van betaling voor u niet genoeg zijn om de Coronacrisis te doorstaan? Dan moet u bij uw verhuurder aandringen om de huur (al dan niet gedeeltelijk) kwijt te schelden over een bepaalde periode. Niet alle verhuurders zijn hiervoor gevoelig. Er zijn ook verhuurders die een stapje verder gaan en een voorstel doen om akkoord te gaan met beëindiging van de huur, waarbij binnen enkele dagen moet worden ingestemd. Als u negatief reageert vervalt het aanbod. Dit gebeurt vooral in gevallen waarbij een lage huur wordt betaald. Vooral Horeca Nederland maakt zich ernstige zorgen en overlegd met grote partijen (bierbrouwers) over regelingen. Zo heeft Heineken inmiddels besloten om de huur van 130 ondernemers van wie de bierbrouwer pandeigenaar is, tot en met mei op te schorten. Het is uiteraard sterk de vraag of verhuurders u bij niet-betalen op korte termijn uit uw pand kunnen krijgen. Een reden voor beëindiging van de huur is een huurachterstand van tenminste 3 maanden. Het is de vraag of rechters dit uitgangspunt verder zullen oprekken als een verhuurder op deze grond om ontbinding van de huurovereenkomst vraagt. Hoewel rechtbanken nu ook hun deuren hebben gesloten, kan er wel schriftelijk worden geprocedeerd.

Andere activiteiten in uw huurpand

Nu uw bestaande bedrijfsactiviteiten door de gedwongen sluiting niet kunt uitvoeren, is het de vraag of u iets anders mag doen in uw huurpand. In de meeste huurovereenkomsten is het doel waarvoor mag worden gehuurd, nauwkeurig omschreven en mag u zonder toestemming van de verhuurder geen andere bestemming aan het pand geven. Daarnaast hebt u nog los gezien hiervan, ook te maken met bestemmingsplannen en vergunningen. Kortom, het ontbreekt hier aan een helpende hand van de wet. Veel zal afhangen van de goodwill van uw verhuurder. Die zal mogelijk wat toeschietelijker zijn, gezien de (hopelijk) tijdelijke situatie. Een failliete huurder is immers ook niet direct een goed perspectief voor de verhuurder. U zult dan ook met elkaar in gesprek moeten.

Verlenging tijdelijke verhuur woonruimte tijdens coronacrisis

U kunt woonruimte tijdelijk verhuren. Zelfstandige woonruimte mag u voor een periode van maximaal twee jaar verhuren en onzelfstandige woonruimte, zoals bij kamerverhuur, voor een periode van maximaal vijf jaar. Daar zijn strikte spelregels aan verbonden. Zo moet u maximaal drie maanden en minimaal één maand vóórdat de tijdelijke huurovereenkomst eindigt, de huurder hierover schriftelijk informeren. Stuurt u deze schriftelijke kennisgeving niet of niet op tijd uit, dan wordt de tijdelijke huurovereenkomst verlengd en omgezet naar een reguliere huurovereenkomst (met huur(prijs)bescherming) voor onbepaalde tijd.

Spoedmaatregel maakt verlenging mogelijk
Op dit moment is het niet mogelijk om een tijdelijk huurcontract te verlengen voor een korte periode, het is enkel mogelijk om een tijdelijk huurcontract te verlengen tot een contract voor onbepaalde tijd. Maar u kunt of wilt wellicht uw pand niet voor onbepaalde tijd verhuren. Daarom kan de huidige wet voor u de reden zijn om het contract op te zeggen. Voor de huurder is het nu moeilijk om een andere woning te vinden en voor u is het nu ook een lastige tijd om een nieuwe huurder te vinden.

Daarom is het spoedwetsvoorstel ‘Tijdelijke wet verlenging tijdelijke huurovereenkomsten’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Tijdelijke huurcontracten kunnen straks voor een tijdelijke periode verlengd worden gedurende de Coronacrisis. Deze wet geldt voor huurcontracten die eindigen tussen 1 april 2020 en 30 juni 2020. U kunt deze huurcontracten eenmalig verlengen met maximaal drie maanden en tot uiterlijk 1 september 2020. Indien de Coronacrisis langer duurt, is het mogelijk om deze spoedmaatregel te verlengen.

Exportkredietverzekering verruimd

Nederlandse bedrijven expoteren veel naar het buitenland. Ongeveer 30% van het nationaal inkomen komt uit de buitenlandse handel. U heeft nu mogelijk ook door de Coronacrisis problemen met toeleveringen uit het buitenland, belemmeringen aan de grens en met een groter risico dat uw handelspartners de rekeningen niet betalen. Daarom wordt de exportkredietverzekering verruimd, zodat meer risico’s van bedrijven wordt afgedekt door de overheid. De verruiming houdt in dat:

  • ook kortlopende exportkredieten (korter dan 2 jaar) onder de dekking vallen;
  • de procedure van de exportkredietverzekering wordt verruimd en versneld; en
  • meer landen onder de dekking vallen.

Teruggaaf eigen bijdrage kinderopvang

Maakt u vanwege de Coronacrisis tijdelijk geen gebruik van de kinderopvang of bso, maar hebt u wel de rekening betaald? In dat geval krijgt u uw eigen bijdrage terug. De terugbetaling loopt via de 3.500 kinderopvangorganisaties. De Belastingdienst maakt namelijk de compensatie eerst naar hen over, waarna zij u het te veel betaalde deel rechtstreeks uitbetalen. Het te veel betaalde deel betreft het verschil tussen de factuur en de ontvangen kinderopvangtoeslag over de periode 16 maart tot en met 28 april 2020. Bent u of uw partner werkzaam in een cruciaal beroep? Dan kunt u van de noodopvang gebruikmaken zonder dat daar kosten aan verbonden zijn. Is in uw gezin één van u beiden werkzaam is in een cruciaal beroep, dan kunt u ook van de noodopvang gebruikmaken, als het niet lukt om het kind/de kinderen zelf op te vangen.

Uitstel bij betalingsproblemen hypotheeklasten

Hoewel de meeste steunmaatregelen zijn getroffen voor ondernemers en werkgevers, worden ook particulieren met betalingsproblemen hier en daar tegemoet gekomen. Heeft u problemen met het tijdig betalen van de hypotheeklasten? Neem dan contact op met uw bank. Banken hebben toegezegd om bij de concrete situatie passende oplossingen aan te bieden. Sommige grote banken bieden drie maanden uitstel aan als de betaalproblemen door de Coronacrisis worden veroorzaakt. U hoeft dan ook geen (extra) kosten of vertragingsrente te betalen. Ook het gedeeltelijk betalen van hypotheeklasten behoort soms tot de mogelijkheden. Uiteraard moet u de achterstallige betalingen later wel inhalen.

Corona en alimentatieplicht

Door het wegvallen van inkomsten kunt u nu mogelijk niet meer aan de eens vastgestelde alimentatieverplichting voldoen. Het is dan goed om met uw ex-partner in gesprek te gaan. Geven deze gesprekken niet het gewenste resultaat, dan kan de rechter worden gevraagd om een beslissing te nemen. Dit moet altijd door een advocaat worden begeleid. Wordt er niets geregeld, dan blijft u in de regel het eerder overeengekomen bedrag verschuldigd en kan uw ex-partner het Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen (LBIO) of een deurwaarder inschakelen om betaling af te dwingen.

Ook DUO doet een duit in het zakje

Ben je student en krijg je studiefinanciering? Of ben je een ex-student en je studieschuld aan het terugbetalen? Als je door de Coronacrisis in betalingsnood bent gekomen, zijn er bij de Dienst uitvoering onderwijs (DUO) bestaande mogelijkheden waarvan je gebruik kunt maken om je betalingsproblemen te verlichten.

Als student met studiefinanciering, heb je de volgende mogelijkheden:

  • Als je nog niet aan je leenmaximum zit, kan je (tijdelijk) bijlenen met terugwerkende kracht tot de start van dit studiejaar;
  • Je kan mogelijk alsnog een aanvullende beurs aanvragen met terugwerkende kracht tot het begin van dit studiejaar. Dit hangt af van het inkomen van je ouders;
  • Mocht je al een aanvullende beurs hebben en je ouders hebben in 2020 minder inkomen, dan kan je het peiljaar laten verleggen naar 2020. Daardoor krijg je meer aanvullende beurs;
  • Studeer je aan een hbo of universiteit, dan kan je een collegegeldkrediet krijgen. Dit is een extra leenoptie voor het collegegeld.

Als ex-student die zijn studiefinanciering aan het terugbetalen is, kan je van de volgende bestaande mogelijkheden gebruikmaken om de betalingsproblemen te verlichten:

  • Je kan een aflosvrije periode aanvragen van maximaal vijf jaar. Heb je deze mogelijkheid al benut of een andere betalingsregeling getroffen? In dat geval gaat DUO minder strikt om met de terugbetalingsplicht;
  • Ook voor jou bestaat de mogelijkheid om bij een inkomensdaling in 2020 het peiljaar te laten verleggen naar 2020. Je aflossingsbedrag wordt dan lager.

Antwoorden op veelgestelde vragen over de arbeidsrechtelijke gevolgen van het Coronavirus op de werkvloer

Heeft een medewerker die in quarantaine zit recht op loondoorbetaling?

1. Is de werknemer is ziek, dan heeft hij/zij recht op loondoorbetaling wegens ziekte conform de in het bedrijf geldende regels ten aanzien van de loondoorbetaling bij ziekte.
2. De werknemer is mogelijk ziek. Zit de werknemer op grond van een wettelijk voorschrift of bevel (bijvoorbeeld van de GGD) uit voorzorg in quarantaine? Dan zal sprake zijn van de situatie uit artikel 7:628, lid 1 BW en zal de werknemer recht op loon behouden. In andere gevallen is de werknemer officieel niet ziek en heeft hij/zij geen recht op loondoorbetaling wegens ziekte. Anderzijds wilt u de werknemer ook niet op het werkadres aantreffen. De kans dat de werknemer dan collega’s besmet is dan aanwezig en daarmee komt de veilige werkplek in gevaar. Hoewel er voor dit soort situaties nog geen jurisprudentie is, is het goed denkbaar dat u in deze situatie eveneens het loon moet doorbetalen en dat u hierbij ook mag aansluiten bij de bepalingen ten aanzien van de loondoorbetaling bij ziekte. U kunt uiteraard ook met de werknemer kijken of het mogelijk is om vanaf het huisadres bepaalde werkzaamheden te verrichten.
3. De werknemer is zelf niet ziek, maar hij/zij moet in quarantaine, omdat gezinsleden of overige personen in zijn/haar omgeving ziek zijn. U kunt in deze situatie van de werknemer verlangen dat hij/zij vanuit huis werkt, indien de werknemer over een goede thuiswerkplek beschikt. Kan werknemer (deels) niet vanuit huis werken, dan rijst weer de vraag of het niet kunnen werken voor rekening komt van werknemer. Omdat werknemer op grond van een wettelijk voorschrift of bevel niet mag komen werken, zal het niet kunnen werken, naar verwachting, niet voor rekening van werknemer komen en zult u het loon moeten doorbetalen. In situatie 2 en 3 mag u niet van de werknemer verlangen dat hij/zij hiervoor vakantiedagen inlevert.


Mag u een werknemer verbieden om op reis te gaan of mag u van de werknemer verlangen dat hij/zij een zakelijke reis maakt?

Als het ministerie van Buitenlandse Zaken een negatief reisadvies (code rood) geeft, mag u van de werknemer verlangen dat hij/zij niet naar dat gebied op reis gaat. Omgekeerd betekent dat ook dat u niet van de werknemer mag verlangen om een zakenreis naar dit gebied te maken. Maar het is wel zo  dat u een eenmaal goedgekeurde vakantieaanvraag niet zomaar mag ingetrokken, tenzij u zwaarwegende belangen heeft. In de situatie rondom het Coronavirus kunt u dan denken aan het risico dat betreffende werknemer in het betreffende gebied besmet raakt en vervolgens bij terugkomst collega´s besmet.

Voor gebieden met code oranje is het voor de zakelijke reizen van belang of de reis op dit moment noodzakelijk is, of de reis uitgesteld kan worden of eventueel via video conference kan plaatsvinden. Als een werknemer een privéreis gaat maken naar een gebied waar (nog) geen code rood van toepassing is, maar waar wel een reëel risico op besmetting is (code oranje), dan kunt u de werknemer niet zomaar verbieden om op reis te gaan.

Let op: Voor zorgpersoneel is wel een reisverbod afgekondigd.


Mag de werknemer thuisblijven omdat de scholen en/of kinderdagverblijven vanwege het Coronavirus tijdelijk gesloten zijn en krijgt hij/zij dan loon doorbetaald?

De werknemer kan door de plotselinge, tijdelijke sluiting van de scholen en/of kinderdagverblijven een beroep doen op het calamiteitenverlof. Dit verlof komt voor uw rekening, maar is bedoeld voor korte perioden waarin een privéprobleem ontstaat en opgelost moet worden. Te denken valt aan de 1e dag waarop de kinderen plotseling thuis komen te zitten. Voor de daarop volgende dagen kan de  werknemer met u in overleg treden om voor langere duur naar een oplossing te zoeken. Dit verlof zal dan echter onbetaald verlof zijn.


Wat zijn de spelregels ten aanzien van thuiswerken?

De overheid heeft recentelijk aangekondigd dat werknemers die verkouden zijn thuis moeten blijven en dat werknemers vanuit huis moeten werken, als dit mogelijk is. Dat betekent dat u, als thuiswerken tot de mogelijkheden behoort, de werknemer in de gelegenheid moet stellen om vanuit huis te werken.

Er zijn echter geen wettelijke regels ten aanzien van thuiswerken. Wel kunt u bepaalde spelregels hierover schriftelijk vaststellen. Aangezien de mogelijkheid tot thuiswerken afhangt van de functie van de werknemer, kunt u in de spelregels onderscheid maken tussen de diverse functiegroepen. Zijn deze spelregels momenteel niet aanwezig in uw onderneming, dan kunt u die alsnog opstellen.

Waarom zijn deze spelregels zo belangrijk? Naast het dringende advies van de overheid op dit moment moet u namelijk als werkgever zorgen voor een veilige werkplek. Als de kans op besmetting op de werkplek veel groter is dan wanneer de werknemer thuis werkt. En de werknemer beschikt thuis over een plek die goed als werkplek kan functioneren (let wel, ook een thuiswerkplek moet aan de Arbowetgeving voldoen), dan kunt u van uw werknemers verlangen dat zij de werkzaamheden tijdelijk vanuit huis verrichten. Wil of kan een werknemer om bepaalde redenen niet thuis werken, dan zult u met de werknemer moeten kijken welke belangen zwaarder wegen en welke mogelijke andere oplossingen er zijn.


Mag u een werknemer ontslaan als u door het Coronavirus minder werk hebt?

Momenteel is in Nederland voorlopig sprake van een tijdelijke werkvermindering. In deze situatie is werktijdverkorting in plaats van ontslag een mogelijkheid (zie het eerste deel van dit nieuwsitem).

Duurt de situatie rondom het Coronavirus langer, dan kunnen er ook situaties ontstaan waarin sprake zal zijn van structurele werkvermindering. Is hiervan sprake, dan zult u werknemers op enig moment moeten ontslaan. Dit kan door met de werknemer afspraken te maken in een vaststellingsovereenkomst omtrent de beëindiging van de dienstbetrekking of door een ontslagvergunning vanwege bedrijfseconomische redenen bij het UWV aan te vragen. Het UWV zal dan beoordelen of de werkvermindering structureel is en ontslag noodzakelijk is. Bij een dergelijke aanvraag zal onder andere het afspiegelingsbeginsel gehanteerd moeten worden.

Hulp nodig?

De maatregelen ter bestrijding van het Coronavirus kunnen grote gevolgen hebben voor uw bedrijfsvoering. De materie is complex en sommige maatregelen zullen ook op elkaar inwerken. Heeft u vragen of hulp of ondersteuning nodig, neem dan contact met ons op 0488 - 48 39 22. Wij zijn er voor u!

De ontwikkelingen worden door onze adviseurs op de voet gevolgd. Deze informatie is bijgewerkt tot 2 juli 2020 12.00 uur. Wij doen er alles aan u zo volledig mogelijk te blijven informeren over de voor u relevante onderwerpen.